BuBaO: kleuter- en lager onderwijs type 2

BuSO: secundair onderwijs OV1 type 2 en type 9, OV2 type 2 en type 9

TAnder: secundair onderwijs OV1 type 3 en OV1 type 9

 

 

Inleiding BuSo

Pedagogische eenheden Secundair Onderwijs

Opleidingsvorm 1

Opleidingsvorm 2

Doel: 
Voorbereiding op een integratie van de jongere in een beschermd leef- en eventueel arbeidsmilieu.
Doel: 
Een algemene en sociale vorming en arbeidstraining geven, gericht op een integratie in een beschermd arbeidsmilieu.
Inhoud: 
- Functionele communicatieve vaardigheden 
- Sociaal-emotionele vaardigheden 
- Werkvaardigheden en werkgedrag 
- Vrijetijdsvaardigheden 
- Zelfredzaamheidvaardigheden 
- Huishoudelijke vaardigheden 
- Motorische vaardigheden 
- Creatieve vaardigheden 
- Functionele schoolse vaardigheden 
- Godsdienst 
- Sociaal-maatschappelijke training
Inhoud: 
- Relatie en omgang 
- Lichaam en gezondheid 
- Kleding 
- Voeding 
- Wonen en maatschappij 
- Tijd 
- Bewegingsopvoeding 
- Godsdienst 
- Plastische opvoeding 
- Arbeidsvorming 
- Arbeidstraining 
- Stages
Leeftijd: 13j. – 21j. FASE 1 
Leeftijd: 13 j. – 17 j.
FASE 2 
Leeftijd: 18j. – 21j. (23j.)

P.E.: 
klas Gie (auti-klas) 
klas Ritta (auti-klas) 
klas Paula (zeer ernstig mentale beperking) 
klas Georgette (zeer ernstig mentale beperking)
klas Clara (zeer ernstig mentale beperking)
klas Rie (onderbouw OV1) 
klas Ilse (finaliteitsklas OV1) 
klas Wies (finaliteitsklas OV1) 
klas Leen (onderbouw OV21)
klas Liese (onderbouw OV21)
klas Linne (finaliteitsklas OV21) 
klas Tineke (finaliteitsklas OV21) 

P.E.: 

klas Myriam

klas Koen

P.E. :

klas Caroline

klas Christel

Doelgroep

Buitengewoon onderwijs type 2 richt zich naar kinderen en jongeren met een matige tot ernstige verstandelijke handicap. In realiteit vertaalt dit zich in een heterogene populatie van kinderen en jongeren met vaak zeer complexe zorgvragen. 
De gestage groei van het geïntegreerd onderwijs tekent een verschuiving af binnen de leerlingenpopulatie: de verstandelijke handicap gaat vaker gepaard met bijkomende gedrags- en emotionele problemen of een kinderpsychiatrische diagnose zoals een autisme-spectrum-stoornis.

Zo goed als de volledige populatie uit het lager onderwijs stroomt door naar het BuSO, naar Opleidingsvorm 2 (OV2) en Opleidingsvorm 1 (OV1). 
De leerlingen voor wie tewerkstelling in een beschermd werkmilieu tot de mogelijkheden behoort, worden naar OV2 georiënteerd. In OV2 is er ook een instroom van een aantal leerlingen van buiten de school. Dit zijn: leerlingen uit type 4(onderwijs voor leerlingen met een fysieke handicap) met een OV2-attest (Windekind biedt binnen type 4 enkel OV1 aan), de zwakkere leerlingen uit het BLO type 1 (onderwijs voor leerlingen met een licht mentale handicap) en type 3(onderwijs voor leerlingen met ernstige emotionele en/of gedragsproblemen) en leerlingen die in het gewoon lager onderwijs school liepen binnen het ION-project type 2 en die bij de overgang naar het secundair de stap naar het Buitengewoon Onderwijs gezet hebben. 
De leerlingen voor wie tewerkstelling in een beschermd werkmilieu geen optie is, komen in OV1 terecht. De programma’s van de verschillende OV1-klassen zijn zeer uiteenlopend omdat ze worden aangepast aan de noden van de leerlingen die erin zitten. De jongeren worden elk op hun manier langzaamaan voorbereid op een actief leven na de school. Voor velen is dat in een dagcentrum, voor sommigen eventueel in combinatie met Begeleid Werken. Binnen OV1 zijn er ook 2 klassen voor jongeren met een autismespectrumstoornis en een klas voor jongeren met een zeer ernstig mentale beperking.

Leerinhouden

In Opleidingsvorm 2 worden binnen fase 1 verworven vaardigheden verder uitgebouwd. De nadruk ligt op algemene, sociale en huishoudelijke vorming in functie van een maatschappelijke integratie. Arbeidsgerichte vorming betreft het aanleren van basistechnieken. Hierop voortbouwend komt in fase 2 als nieuw element de arbeidsgeschiktmaking aan bod. Door stages worden de leerlingen voorbereid op een tewerkstelling in een beschermd arbeidsmilieu. 
Opleidingsvorm 1 bouwt verder aan de verworven vaardigheden. De klemtoon ligt op socialisatie en het verruimen van de leefwereld, op het aanleren van handvaardigheidstechnieken, op mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en op het uitbreiden van de huishoudelijke activiteiten. In de finaliteitsklas wordt de leerling voorbereid op een verblijf als volwassene in een dagcentrum of bezigheidstehuis, eventueel op tewerkstelling binnen het project ‘Begeleid Werken’. 
Bijzondere aandacht blijft uitgaan naar specifieke situaties zoals de opvang van jongeren met autisme en leerlingen met een zeer ernstig mentale handicap.